Verlanglijst
Verlanglijst: 01/08/'25 met I Hate This Place, Backseat Drivers en Dinolords
De eerste Verlanglijst van augustus staat voor je klaar! Maak kennis met de volgende innovatieve indiegames: I Hate This Place, Backseat Drivers en...
Er zijn veel plekken waar je als doorsnee individu een hekel aan kan hebben. De tandartspraktijk, om maar een voorbeeld te noemen. Daar gaat niemand voor z’n plezier heen. Of de HR afdeling van je werk. Of je schoonmoeder. Of - en dan spreek ik uit persoonlijke ervaring - het buitengebied van Rhodos gedurende het herfstseizoen. Maar het kan natuurlijk altijd erger. Veel erger. Want geen van deze locaties komt ook maar in de buurt van de ongure taferelen die I Hate This Place aan je voorschotelt (al kwam Rhodos in de herfst van 2004 nog aardig in de buurt).

Want zeg wat je wilt over de wachtruimte van de tandarts, maar die ligt over het algemeen genomen niet bezaaid met darmachtige tentakels. Tenminste, niet de praktijk waar ik elk half jaar op controle moet. En de HR consultants op mijn werk zijn wellicht niet de meest attente personen, maar ze hebben in ieder geval niet de intentie om een ritueel slachtoffer van je te maken. Hooguit een zakelijk. En Rhodos was in 2004 met z'n om klandizie vechtende en hypergedreven caféuitbaters, vriendin snatchende oplichters op elke hoek van de straat en "daar kun je beter wegblijven want daar stikt het van de dakloze junkies" steegjes misschien een beetje nasty, maar ik werd er tenminste wakker in een okay hotelbed zonder een joekel van een pentagram op de vloer.
Wat dat betreft mogen we dus niet klagen, iets wat onze protagoniste Elena overduidelijk wel mag. Haar omstandigheden zijn in I Hate This Place een stuk erbarmelijker. Want na een nachtelijke seance poging met haar BFF Lou, ontwaakt Elena dus wél in een loeier van een pentagram, getekend in een bos waar je dus wél non-stop wordt getrakteerd op darmachtig tentacle stuff. En dat de omgeving ook nog eens stevig in de ban is van een sekte die zich aan de hoeven werpt van The Horned Man - de entiteit die je nota bene eerder nog probeerde op te roepen - helpt ook niet bepaald mee. Bijna alles waar Elena absoluut geen behoefte aan heeft, manifesteert zich in overvloed, terwijl datgene wat ze juist nodig heeft - haar bestie Lou - in geen velde of wegen te bekennen is. Wat dat betreft heeft Elena het volste recht om de titulaire kreet de wereld in te slingeren: I Hate This Place.

Maar goed, soms moet je gewoon dealen met de kaarten die je krijgt en in I Hate This Place - een game gebaseerd op het gelijknamige stripboek van Kyle Starks en Artyom Topilin - doen we dat in isometrische perspectief en in een Fallout/Resident Evil/Stranger Things-achtige vibe. Terwijl de jaren ’80 synthesizer deuntjes aanzwellen is zowel in het bos vol mutaties als in ondergrondse bunkers sneaken en craften het devies om jezelf te kunnen wapenen tegen stekeblinde creaturen, waarvan je naarmate de tijd vordert ontdekt wat hun deal is en waarom jouw rol in alle gebeurtenissen juist key is in het geheel. Want geloof het of niet, alles gebeurt met een reden in I Hate This Place en jouw familieverleden - vooral de situatie met je verdwenen moeder - is de spil in de nachtmerrie die zich voor je ogen ontvouwt. Van je familie moet je het hebben, zullen we maar zeggen.
Nu staat niet elk familielid garant voor drama. Zo zijn Elena’s oom en tante niet te beroerd om onderdak aan te bieden in hun pittoreske ranch, waar je ook nog eens naar hartelust werkbanken en moestuintjes in de voortuin mag plempen nadat je de teringzooi met zelfgeknutselde explosieven hebt opgeruimd. Het is een introductie richting enkele kernelementen van I Hate This Place: crafting en resource management. Wie wil overleven, ontkomt er simpelweg niet aan. Niet alleen omdat Elena’s honger onverzadigbaar lijkt en je constant moet eten om niet langzaam de pijp uit te gaan, maar ook omdat items als wapens, munitie en rugzakken niet aan de vervloekte bomen groeien.
En die wapens/munitie zijn broodnodig, want vrijwel alles in I Hate This Place lijkt erop gebrand om je het bos uit te jagen. Sekteleden, gemuteerde herten, oversized spinnen, centaur-achtige schepselen en tentacle zombies… de een is nog vervelender dan de ander en soms is een portie lood tussen de ogen de enige remedie. Daarmee wil ik overigens niet beweren dat I Hate This Place een klassiek shooterfest is. Integendeel, ontwikkelaar Rock Square Thunder motiveert in de meeste gevallen juist stealth gameplay, ook wanneer het level design dit juist bemoeilijkt. Alles ‘cruncht’, ‘squisht’ en ‘thud’ onder je voeten, waarbij de kleur van de visuele comic sans bewoording aangeeft hoe hoorbaar je bent voor de veelal stekeblinde tegenstanders. Toch ontkom je er niet aan dat je van tijd tot tijd een beroep moet doen op het fight-gedeelte van je fight-or-flight reflex en ja, dan is het wel handig dat je jezelf al hebt aangeleerd hoe je überhaupt wapens en munitie craft.
Een belangrijke voorwaarde is wel dat je zo ver raakt, iets waarvan ik heb ontdekt dat het nog niet zo vanzelfsprekend is. Of het nu door de Unity engine komt of niet, optimalisatie lijkt een beetje een zorgenkindje te zijn. Het is een klacht die Rock Square Thunder al te verwerken kreeg tijdens de uitrol van de demo, maar een soepel draaiende game is in het geval van I Hate This Place geen garantie. En dat is frappant, vooral gezien I Hate This Place niet de indruk van een resource heavy game wekt. Desalniettemin startte ook mijn eerste speelsessie hortend en stotend, met een frame rate die nog niet in de buurt kwam van de minimale 60fps die het optie menu aanbiedt.
Pas na het significant terugschroeven van de render scale, experimenteren met de upscaling filter (Point, Linear, FSR of STP) en het selecteren van een lagere resolutie kreeg ik de game uiteindelijk aan de praat met een acceptabele frame rate. Over resolutie gesproken, ook met ultra- of superwide beeldverhoudingen speelt I Hate This Place niet heel tof, waarbij de ervaring veelal wordt geruïneerd door UI elementen - waaronder Elena’s notities en quest log - die behoorlijk over de flos gaan wanneer je afwijkt van een 16:9 verhouding. Tja, je verwacht het gewoon niet wanneer er een high-end pc op je bureau staat te snorren.
Afijn, dat is dus iets waar je met wat trial and error een gulden middenweg in kunt vinden en wat vanaf dat moment ook geen hinder meer hoeft te vormen. De manier waarop I Hate This Place met diens aangeboden free roaming opties omgaat, wel. Aan een kant laat Rock Square Thunder je namelijk los en legt het je weinig harde restricties op wanneer het op het afwerken van quests gaat. Maar waar het misschien minder over heeft nagedacht is het afzekeren van de missiestructuur zodra de speler er een andere volgorde op na wenst te houden, zij het moedwillig of bij toeval. Hoewel het achteraf weinig tot geen invloed heeft gehad op de endgame, bleek een voortijdig afgewikkelde quest me te belemmeren in de voltooiing ervan. Eindeloos rondstruinen naar een optie om je quest marker af te vinken, terwijl de game je de voorwaarden daarvoor niet meer verschaft, kan ronduit frustrerend werken.
Al met al zijn het issues die weinig afbreuk doen aan een game die voor de rest zijn best lijkt te doen om je een uurtje of zeven te vermaken met vrij laagdrempelige gameplay die nergens een aanslag pleegt op je skills. Slechts een enkele keer leek I Hate This Place de moeilijkheidsgraad - voor zover je daarvan kunt spreken - iets op te schroeven, wat achteraf meer te wijten viel aan onwetendheid dan wat anders en waarbij voornamelijk vijandelijk spawngedrag de boel overcompliceerde. Maar goed, dat valt gelukkig vlot genoeg te counteren door een van je manual saves te laden, al vergt dat dus ook weer van je dat je regelmatig een safe zone bezoekt om je progressie op te slaan. Afijn, het is vrij aannemelijk dat het in één beweging wordt uitgevoerd gedurende crafting, inventory management en het bijhouden van je slaapcyclus.

Na alle voors en tegens tegen elkaar te hebben afgewogen, moet ik concluderen dat I Hate This Place zweeft tussen ‘I Hate This Place’ en ‘I Love This Place’, als je snapt wat ik daarmee bedoel. Ondanks de abysmale start vol getweak en hinderlijke performance issues, heb ik me uiteindelijk zeven uurtjes bezig weten te houden zonder me voor de rest kapot te ergeren. Hoewel Rock Square Thunder de campy jaren ‘80 vibe duidelijk probeert te nailen en het ook van tijd tot tijd gooit met interessante paranormale quirks - zoals ‘geestige’ whodunnit quests en een sporadische close encounter waarbij vee omhoog wordt gebeamd - mist I Hate This Place wel de narratieve diepgang om het een memorabele ervaring te maken. I Hate This Place is prima als tussendoortje, maar meer ook niet.
Beeldspraak, woordspelingen en, in veel gevallen flauwe, grappen vormen voor Patrick de dagelijkse kost. Deze Brabantse flapuit neemt geen blad voor de mond, waardoor zijn mening altijd heerlijk recht voor z’n raap is. Ben je op zoek naar een creatieve en pakkende tekst, dan hoef je niet verder te kijken. Maar let wel op, want deze woordentovenaar zit niet altijd achter zijn computer om ziltige woorden van digitale inkt te voorzien. Veelal vind je hem namelijk terug in angstaanjagende horrorgames en eigenzinnige actietitels.
In dit artikel
Je moet eerst inloggen om deze game aan je favorieten toe te voegen.
Ontwikkelaar:
Rock Square Thunder
Uitgever:
Broken Mirror Games
Release:
29 januari 2026
Reviewscore:
Platforms: