Stupid Never Dies review - Niet stom, maar wel een beetje
Als 90s-baby heb ik een zwak voor de esthetiek van de vroege jaren 2000. Denk aan felle kleuren, lompe monsters, punk-rock twinks in kleurrijke en veel te wijde hoodies en een flinke dosis puberale romantiek. Stupid Never Dies lijkt al die dingen in een blender te hebben gegooid, met als resultaat een zombie die verliefd wordt op een vrouw die hij weer tot leven wil wekken. Dit zou zomaar het begin kunnen zijn van van een bizarre tiener romcom, en dat is precies de sfeer die deze actie-RPG probeert neer te zetten. Is een goed gevoel voor stijl echter genoeg om de liefde voor deze game op te laten bloeien?

Een zombie met een oogje op een lijk
Stupid Never Dies is de debuutgame van GPTRACK50, een nieuwe studio onder leiding van voormalig Capcom-producer Hiroyuki Kobayashi. De game speelt zich af in een dystopische toekomst waarin de mensheid zo goed als werd uitgeroeid door monsters. Een wezen genaamd KOM leidde die opstand en stal belangrijke tech van de mensen die Overtechnology wordt genoemd. Daarna trok KOM met zijn monsters terug naar dungeons diep onder de grond. De zombies bleven achter, want zelfs tussen de monsters staan ze onderaan de voedselketen. Eén van die zombies heet Davy, een winkelcentrum-hangende tiener met een wijde hoodie, een scheve pet en een lege maag. Wanneer hij in een verlaten winkelcentrum een Phoenix Egg opeet, krijgt hij de kracht om andere monsters te verslinden en hun vorm aan te nemen. Dat ei was echter bedoeld voor een groep overlevenden die KOM wil verslaan, dus Davy heeft nu een taak waar hij zelf weinig interesse in heeft.
Gelukkig heeft Davy een andere reden om op avontuur te gaan. Hij is verliefd geworden op Julia, een vrouw die in een vriezer in het winkelcentrum is doodgevroren. Volgens Doc, een lid van het verzet, kan Davy haar weer tot leven wekken door KOM te verslaan en zijn monsterkern op te eten. Dat is genoeg om onze zombieheld de onderwereld in te sturen, waar hij via een toilet naar steeds diepere lagen reist. Het klinkt als een verhaal dat uit een dronken brainstormsessie is gekomen, maar de game speelt het met een stalen gezicht. Juist dat contrast maakt de eerste kennismaking met Stupid Never Dies interessant.

Liefde is blind, en dood
De vreemde relatie tussen Davy en Julia vormt de kern van de game, maar de manier waarop je die relatie uitbouwt, voelt nogal ongemakkelijk. Davy kent Julia namelijk helemaal niet. Hij ziet haar dood in de vriezer liggen en wordt op slag verliefd. In het winkelcentrum, dat als hub dient, kan Davy cadeaus om Julia's bevroren lichaam heen leggen, alsof hij een altaar voor zijn grote liefde bouwt. Met elk cadeau vult een hartmeter zich en verdient Davy skill points voor zijn speciale vaardigheid. Het voelt allemaal een beetje stalkerig. Dat gevoel wordt niet minder wanneer je Julia's oude berichten op social media kunt lezen en haar foto's, onder andere in haar cheerleaderuniform, kunt bekijken en liken. Julia kan niet reageren, laat staan toestemming geven voor de manier waarop Davy haar lichaam en herinneringen gebruikt. Toch presenteert de game dit als een stap richting ware liefde.
Dat alles moet schattig en morbide tegelijk zijn. Davy is geen koelbloedige moordenaar, maar een onhandige tiener zombie met een goed hart en een nogal ongezonde obsessie. De game wil dat je om hem lacht en hem een gelukkig einde gunt. Daar wringt het voor mij. In een tijd waarin we het steeds vaker hebben over de veiligheid van vrouwen, grensoverschrijdend gedrag en het belang van wederzijdse consent, voelt deze romance nogal achterhaald. Natuurlijk hoeft een game geen morele les te geven en mag zwarte humor best ongemakkelijk zijn. Het probleem is dat Stupid Never Dies nauwelijks afstand neemt van Davy's gedrag. Zijn obsessie wordt vooral neergezet als iets aandoenlijks, terwijl Julia zelf amper een rol speelt in het verhaal. Ze is dood, kan niets terugzeggen en krijgt geen kans om zelf te bepalen wat ze wil. Dat maakt het lastig om Davy's zoektocht naar liefde als romantisch te zien. Ik snap wat GPTRACK50 met deze insteek wil bereiken, maar voor mij slaat de game de plank mis. Juist door de romance als een grap te behandelen zonder stil te staan bij de grenzen die Davy overschrijdt, voelt het geheel eerder ongemakkelijk dan aandoenlijk. Een goede grap mag schuren, maar als je wilt dat ik voor een liefdesverhaal juich, moet er wel ruimte zijn voor twee mensen die elkaar iets te zeggen hebben. Noem mij geradicaliseerd, maar als ik Julia was, zou ik ver bij Davy uit de buurt blijven nadat ik zou zijn ontdooid.

Spoel nog maar een keer door
Buiten het winkelcentrum begint het echte werk. Davy wordt door een toilet gespoeld en naar een dungeon gestuurd, waar hij door verschillende verdiepingen moet vechten om de handlangers van KOM te verslaan. Elke verdieping bevat vijanden, beloningen en verbeteringen die je tijdens die run kunt gebruiken. De indeling wisselt, maar de basis blijft gelijk: sla monsters in elkaar, verzamel spullen en bouw een personage dat sterk genoeg is om de volgende baas te verslaan. Tussen de pogingen door koop je permanente verbeteringen in het winkelcentrum. Zo word je sterker, ook als je een run niet haalt. Het idee is simpel en herkenbaar voor iedereen die vaker een roguelike speelt. Toch voelt Stupid Never Dies niet echt als een roguelike. Het lijkt eerder op een actiegame waarin elke missie onnodig lang is gemaakt door er een run met veel willekeur van te maken.
Elke run begint met een tijdslimiet van twaalf minuten. Je moet voor die tijd een veilige verdieping bereiken of een verplicht verhaalpunt halen om terug naar het winkelcentrum te keren. Lukt dat niet, dan ga je uiteindelijk dood en telt de poging als een mislukte run. Je verliest een deel van de valuta waarmee je beloningen vrijspeelt en verbetert. De ervaring die je hebt opgedaan en je gevonden uitrusting mag je wel houden. Dat maakt de timer tot een aardige extra uitdaging. Ga je snel verder om de eindbaas te bereiken, of vecht je nog een paar verdiepingen door om extra upgrades te verzamelen? Toch slaat de klok soms door. Het is frustrerend wanneer de tijd midden in een belangrijk gevecht, zoals bij een eindbaas, opraakt. Je komt dan in een kwetsbare toestand terecht waarin je vrijwel direct doodgaat. Het voelt alsof de game je straft voor het spelen van de content die hij je zelf voorschotelt. Gelukkig probeert Stupid Never Dies die frustratie op andere manieren te verzachten. Tijdens runs vind je maaltijdkaartjes die nieuwe upgrades vrijspelen. Ook kun je uitrusting verzamelen met verschillende zeldzaamheidsniveaus, elk met eigen statistieken en passieve bonussen. Bovendien levert elke mislukte run meer ervaring op voor je volgende poging, waardoor je sneller level up gaat en dus sterker wordt. De game zorgt er dus wel voor dat je vooruitgang boekt, zelfs wanneer je faalt. Dat is prettig, al neemt het de herhaling niet helemaal weg.

Een actiegame die niet lekker slaat
Het grootste probleem van Stupid Never Dies zit in de gevechten. Davy kan lichte en zware aanvallen uitvoeren en heeft toegang tot speciale vaardigheden, maar zijn bewegingen voelen traag en log aan. Dat past niet bij een actiegame waarin je grote groepen monsters moet verslaan. Je wilt door de vijanden heen beuken, maar Davy beweegt alsof hij zelf nog niet helemaal dood is. Een ander probleem is het gebrek aan een normaal lock-onsysteem. Je kunt vijanden niet zelf vastzetten, waardoor je vaak in hun richting slaat en maar hoopt dat je aanval doel treft. In drukke gevechten wordt het nog lastiger. Soms wil je een monsterkern opeten om gezondheid terug te krijgen, maar bijt Davy in een ander monster dat naast de kern staat. Je verbruikt dan een deel van je beetmeter zonder de genezing of de transformatie te krijgen die je nodig hebt. Dat soort momenten haalt de controle uit het gevecht en maakt een toch al rommelig systeem nog frustrerender.
Ook gevechten in de lucht voelen niet goed. Davy beweegt traag terwijl hij valt, waardoor je maar een paar stoten kunt uitdelen voordat je weer op de grond staat. Dat is vervelend wanneer je tegen vliegende harpies vecht, die vaak buiten bereik komen terwijl jij je aanval voorbereidt. Je hebt bovendien weinig manieren om aanvallen te ontwijken. De beste verdedigingsoptie is de Stupid Parry. Daarbij vangt Davy een aanval niet op, maar stormt hij er met zijn hoofd tegenaan en slaat hij terug met een Stupid Impact. Je loopt nog steeds risico op schade, maar de schade die je opvangt met een Stupid Parry kan vervolgens worden geheeld door in de blootgestelde kern van een monster te bijten. Het is een grappig idee, alleen kan het de gebrekkige besturing niet goedmaken.
Davy's kracht om monsters te verslinden is een van de betere ideeën in de game. Hij kan vijanden afmaken met een beet of de blootgestelde kern van elite monsters opeten. Die tweede optie geeft hem de mogelijkheid om in het betreffende monster te veranderen. Elke vorm heeft eigen aanvallen en blijft maar een beperkt aantal verdiepingen beschikbaar. Daardoor wissel je tijdens gevechten tussen verschillende speelstijlen. Met de ene vorm scheur je bijvoorbeeld als weerwolf door een groep vijanden, terwijl je als harpy met veren kunt schieten. Dat geeft de gevechten wat meer afwisseling en maakt het verzamelen van nieuwe monsterkernen de moeite waard. Ook sluit het goed aan bij het idee dat Davy een zombie is die alles opeet wat hij tegenkomt.

Een liefdesbrief aan de jaren 2000
Waar de gameplay geregeld tegenwerkt, weet de presentatie wel een eigen sfeer neer te zetten. Stupid Never Dies doet me denken aan de late jaren negentig en de vroege jaren 2000, toen games en tekenfilms nog vol zaten met vreemde monsters, felle kleuren en flauwe grappen. De game heeft iets van een oude tienerkomedie die je na school op tv had kunnen zien, maar dan met zombies en andere griezels. Davy's kledingstijl en stem passen ook goed bij dat beeld. De humor is soms flauw, maar het past wel goed bij de algemene esthetiek van de game. Het resultaat heeft een herkenbare stijl die ergens ook een beetje doet denken aan games uit het PS2-tijdperk.
Ook de cutscenes dragen daaraan bij. Het ziet eruit alsof een edgy middelbareschoolleerling een monsterfilm heeft gemaakt met spullen uit huis en een camera van zolder. Nieuwe monsters worden geïntroduceerd met een introanimatie die precies doet denken aan de oude Photoshop-projecten die ik als emo op de middelbare school maakte. Die liefde voor klassieke tv en Y2K-esthetiek past goed bij het verhaal over een wereld vol vreemde wezens. Het is niet altijd mooi in de gebruikelijke zin van het woord, maar het is wel eigen. Ik waardeer dat GPTRACK50 iets probeert dat verder gaat dan een standaard fantasywereld met monsters en zombies. Het probleem is vooral dat de presentatie sterker is dan de systemen die haar moeten dragen.

Het eindoordeel van Claudia Tjia
Stupid Never Dies is een actie-RPG met een hoop persoonlijkheid, maar ook met een paar flinke gebreken. Het verhaal over een zombie die zijn dode geliefde wil redden, is vreemd genoeg om nieuwsgierig te maken, maar komt ook wel een beetje creepy over. De stijl en de transformaties van Davy geven de game een eigen gezicht. Ook het verzamelen van uitrusting en upgrades zorgt ervoor dat je na elke run iets hebt om mee verder te gaan. Helaas zijn de gevechten traag en rommelig, terwijl de herhaalde dungeon runs het verhaal onnodig rekken. De relatie tussen Davy en Julia helpt daar niet bij, want die voelt vaker ongemakkelijk dan aandoenlijk. Ik zie wat GPTRACK50 met zijn debuut wil bereiken. De studio probeert een actiegame te maken die niet bang is om gek te doen en die een eigen sfeer heeft. Dat verdient waardering, maar een leuke stijl en een origineel idee zijn niet genoeg om een game te dragen. Stupid Never Dies heeft momenten waarop de verschillende systemen samenkomen en het avontuur lekker loopt, maar daar staan ook frustrerende gevechten en repetitieve runs tegenover. Wie houdt van vreemde personages, monsterfilms en het steeds sterker maken van een personage, kan hier plezier aan beleven. Wie vooral op zoek is naar een vlotte actie-RPG met sterke gevechten, kan deze zombie beter weg laten rotten.
- 3/5
- Voldoende
Pluspunten
- Een eigen stijl met toffe esthetiek
- Transformaties en verschillende monsterkrachten
- Veel upgrades en uitrusting om vrij te spelen
- Vooruitgang blijft voelbaar
Minpunten
- Traag en rommelig vechtsysteem
- Tijdsdruk kan frustrerend werken
- Een ongemakkelijk liefdesverhaal
Een multimedia-rockstar van ongekend niveau. Claudia, oftewel Cloud, heeft één missie; je continu voorzien van het meest verse en sappige nieuws. Reviews, artikelen, visuele uitspattingen, ze draait er haar hand niet voor om. Is ze geen berichten aan het tikken, dan is ze op zoek naar de pareltjes onder de indiegames, verliest ze zichzelf in grootse JRPG's of verdedigt ze haar Jeugdjournaal Pokémon-expert titel met hand en tand.
Reviewscore
3/5
Platforms
-
PreviewPreview: Hands-on met Stupid Never Dies
Claudia speelde om gamescom een demo van Stupid Never Dies, om te zien hoe ver zombie Davy moet gaan om zijn geliefde Julia te redden.
4 reacties -
GameplayDemo van Stupid Never Dies vanaf nu te spelen
Tijdens de State of Play van PlayStation is aangekondigd dat Stupid Never Dies vanaf nu een speelbare demo heeft. Ook is een nieuwe gameplaytrailer...
0 reacties -
TrailerStupid Never Dies ziet levenslicht op 21 oktober 2026
Stupid Never Dies verschijnt op 21 oktober 2026 voor PlayStation 5 en pc. Bekijk nu de aankondiging van de datum in een absurde trailer van de actie-RPG.
0 reacties -
TrailerStupid Never Dies toont meer stupiditeit in nieuwe trailer
Stupid Never Dies laat in een gloednieuwe trailer meer beelden van de absurde, zombie-game zien. De game verschijnt deze herfst voor PlayStation 5 en pc.
0 reacties
Video toevoegen
Voeg eerst een video toe.