- Home
- Community hub
- Save Point #2: Hebben we verleerd om te falen?
Save Point #2: Hebben we verleerd om te falen?
[i]Save je game, zoek een rustig plekje op en als je interesse hebt hier is deel 2 in een serie waarin ik graag brainstorm over onze hobby: games.
Deze keer de vraag of we falen hebben afgeleerd.
Net als vorige keer, lange tekst. 🤣
Veel plezier. [/i]
—————————
Gamers.
Je hebt ze in alle kleuren, maten en smaken. Of je nu een gamer bent die iedere seconde van de dag kwade vogels eieren laat redden van groen gekleurde varkenshoofdjes, of iemand die zichzelf graag pijnigt met een baas als Sword Saint Isshin uit Sekiro: Shadows Die Twice; we delen allemaal dezelfde passie.
Namelijk iets virtueels beleven dat ons even uit het dagelijkse leven haalt.
Die twee voorbeelden zijn natuurlijk extreem verschillend. Toch worden ze allebei regelmatig bekritiseerd. Angry Birds zou geen “echte game” zijn en Soulslikes zouden juist veel te hardcore zijn.
Ik zit zelf een beetje tussen die twee werelden in. Wat me wel opvalt, is dat de groep die Soulslikes speelt de meer ontspannen speelstijl van andere gamers vaak bekritiseert.
En daar ben ik over gaan nadenken.
Misschien hebben ze ergens wel een punt.
Hear me out.
Games zijn, op een paar uitzonderingen zoals Soulslikes na, eigenlijk niet moeilijker geworden. Sterker nog: veel games zijn juist makkelijker geworden. De uitdaging zit tegenwoordig vaak meer in de lengte dan in de daadwerkelijke moeilijkheid.
Een voorbeeld.
In The Witcher 3 onderzocht ik een toren die plotseling was verschenen en het leven van de lokale bevolking ontregelde. Daar liep ik tegen een paar vijanden aan die eigenlijk een veel hoger level hadden.
Ja, het kostte me wat tijd en een paar keer opnieuw beginnen, maar uiteindelijk bleek het vooral een kwestie van slimmer spelen. Niet makkelijker, maar bedachtzamer.
En dat merk ik eigenlijk in de hele game.
Neem je de tijd, dan kom je er meestal wel.
Dat is overigens nog steeds een game met een zekere uitdaging, maar je moet het uiteindelijk zelf doen.
Veel moderne games zijn echter wel erg vergevingsgezind.
Vroeger waren games juist kort, maar ontzettend moeilijk. Soms moest je ze zelfs twee keer uitspelen voordat je het echte einde zag (Ghosts ’n Goblins is daar misschien wel het bekendste voorbeeld van).
Toch voelde het destijds alsof falen onze eigen schuld was. We probeerden het gewoon opnieuw.
Net zoals Soulslike-spelers dat tegenwoordig doen.
Spoelen we de tijd door naar nu, dan zie je dat veel games allerlei hulpmiddelen aanbieden zodra je een paar keer faalt.
* De computer speelt een stuk van het level voor je.
* Je krijgt extra power-ups.
* Je krijgt tijdelijk onkwetsbaarheid.
* En ga zo maar door.
Waarom zijn we zo terughoudend geworden tegenover moeilijke games?
En nee, dat bedoel ik niet als verwijt. Ik vraag het me echt af.
Wat is er veranderd waardoor zoveel gamers liever kiezen voor een meer casual ervaring?
Is dat eigenlijk wel onze schuld?
Of hebben ontwikkelaars games bewust toegankelijker gemaakt, zodat een veel grotere doelgroep ze koopt?
Dat klinkt misschien cynisch, maar commercieel is het natuurlijk heel logisch.
Ik denk zelf dat dat een belangrijke reden is.
Gamers zijn volgens mij niet vanzelf bang geworden voor een baas waar je tienduizend keer op stukloopt. We krijgen simpelweg steeds minder van dat soort games voorgeschoteld, omdat uitgevers liever dertig miljoen casual spelers bereiken dan één miljoen liefhebbers van een nichegenre.
Zakelijk snap ik dat helemaal.
Maar soms mis ik die jonge knul die met een controller, twee actieknoppen en een vierpuntsdruktoets urenlang bleef proberen een game uit te spelen.
Deels omdat de game gehuurd was en hij dat weekend moest lukken.
Maar ook omdat dat simpelweg was wat gamers deden.
Nu merk ik dat ik soms al baal als ik langer dan drie pogingen over een baas doe.
Soms is de jonge Maurice in mij teleurgesteld dat hij die Soulslike-mentaliteit niet meer heeft.
Misschien zijn gamers niet zozeer bang geworden voor moeilijke games…
Misschien zijn we er gewoon aan ontwend geraakt.
En dat vind ik ergens best jammer.
Niet alleen omdat games daardoor toegankelijker worden ( en dan heb ik het nadrukkelijk niet over toegankelijkheidsopties zoals minder flitsen of kleurinstellingen, want dat vind ik een fantastische ontwikkeling) maar ook omdat steeds minder mensen de oudere, moeilijke klassiekers zullen spelen.
Zelf merk ik namelijk ook dat ik eerder kies voor een makkelijkere retrogame dan voor een Ghosts ’n Goblins.
Wat denken jullie?
Zijn games daadwerkelijk makkelijker geworden?
En is dat onze eigen keuze, of zijn we langzaam die kant op gestuurd door ontwikkelaars en uitgevers?
Of zie ik het veel te negatief en valt het eigenlijk allemaal best mee?
Eén ding weet ik wel.
Ik hoor mezelf regelmatig zeggen dat ik geen tijd heb voor moeilijke games.
Maar misschien houd ik mezelf wel voor de gek.
Misschien ben ik er gewoon een beetje bang voor geworden.
Games zijn vooral ook veel breder geworden. Grote games met grote werelden bestonden toen simpelweg niet.
Ik denk dat door alle ervaringen van de games industrie alles ook veel gebalanceerder is en beter uitgedacht. Ik vind het bijvoorbeeld leuk om moeilijke bazen te verslaan, ook al kost dat vele pogingen, maar ik vind het niet leuk om het half uur wat naar de betreffende baas leidt ook telkens opnieuw te doen. Dat zie je tegenwoordig gelukkig steeds minder.
Ten tijde van de NES had je ook geen savegames, alleen passwords. Die luxe hebben we nu gelukkig wel.
Spellen huren zie je tegenwoordig natuurlijk ook niet meer. Vroeger mocht ik altijd in de videotheek in de vakanties een spel huren en daar probeerde je natuurlijk wel alles uit te halen! 😁
En soms is het wel te erg om casuals of kinderen te helpen. Ik speel mijn hele leven al graag Mario, maar als ik na een paar keer af gaan tegenwoordig aangeboden krijg om hulp te krijgen ben ik wel beledigd.
Ik voed zelf mijn kinderen zo op dat ze ook alles zelf leren, ze maken dus ook nooit gebruik van dergelijke opties.
Ik ben wel benieuwd of de nieuwere generaties net zo 'goed' in gamen worden als wij.